Even bellen met... Gerda Dreise

Binnen Beter Benutten werken veel mensen aan een betere bereikbaarheid. In deze rubriek vragen we hen wat dat in de praktijk betekent. Wat hebben ze vandaag bereikt? En hoe kijken ze terug op Beter Benutten? Dit keer bellen we Gerda Dreise, regionaal programmamanager Slimme en Schone Mobiliteit in Arnhem.

Wat was jouw rol binnen Beter Benutten in Arnhem?

Ik was gebiedscoördinator voor Slimopweg (Beter Benutten Vervolg) in Arnhem. Nu ben ik regionaal programmamanager Slimme en Schone Mobiliteit, het vervolg van de aanpak voor de komende jaren. Ik ben nu het programma aan het opstellen voor de lange termijn. 2018 is een soort tussenjaar, waarin we een aantal projecten van de afgelopen jaren voortzetten, maar ook beginnen met uitbreiden en vernieuwen.

Hoe kijk je terug op de afgelopen jaren Beter Benutten?

Positief gemengd. Ik ben projectmanager, heb geen verkeerskundige achtergrond. Toen we in 2015 startten moesten we ons veel eigen maken, plannen maken met inhoudelijke deskundigen en samenwerken met de provincie, het ministerie en het bedrijfsleven. In het begin was dat hectisch, we moesten een vorm vinden voor die samenwerking. Gaandeweg is dat heel goed gelukt. We zijn vraaggericht gaan werken en vanuit de participatiegedachte: samen met gebruikers en intermediaire groepen hebben we processen uitgelijnd en maatregelen uitgevoerd. Die benadering vroeg veel tijd, maar ik ben heel blij dat we daarvoor gekozen hebben en er ook aan hebben vastgehouden.

Wat voor participatie ging het dan om?

Vooral om participatie van werkgevers. We keken dan niet alleen naar doelstellingen voor mobiliteit in de vorm van spitsmijdingen, maar zochten juist gezamenlijke doelstellingen. De doelen van bedrijven zijn vaak helemaal niet op mobiliteit gericht. Maar bijvoorbeeld wel op duurzaamheid, een goed imago, vitale werknemers. Zo zijn we met werkgevers een aantal communities gestart om te kijken hoe we onze doelen bij elkaar konden brengen. Waar richt je je dan op en wat zijn goede maatregelen? Zo kwamen we uit op e-bikeprobeeracties. Maar we hebben ook een grote pilot slim werken – thuiswerken – gedaan met een aantal bedrijven. En nu zijn we bezig met ridesharing, een soort carpoolen 2.0. We zorgen ervoor dat mensen niet alleen met collega’s van het bedrijf, maar ook met mensen in een groter gebied de auto kunnen delen. Je hebt daar een grote pool van deelnemers voor nodig, die zijn we aan het opzetten.

Hoe gaat de regio Arnhem-Nijmegen verder door met de Beter Benutten-aanpak?

De werkgeversaanpak is heel succesvol, dus die zetten we sowieso door. De focus van die aanpak lag eerst vooral in Arnhem en Nijmegen, maar we gaan het verbreden naar de regio. We zoeken daarom nu met onze mobiliteitsmakelaar contacten met werkgevers en bedrijventerreinen in de regio.

En we willen ook zeker doorgaan met samenwerkingen met bewoners. We hebben een bewonersaanpak gehad die zich nu ook richt op het autodelen in de wijken. Actieve buurtverenigingen die ook gericht zijn op duurzaamheid bieden daar kansen op succes en enthousiasme.

Wat was het grootste Beter Benutten succes?

Ik denk dat dat de werkgeversaanpak is. Maar we hebben ook onze ‘slapende’ P&R-locaties aan de rand van het centrum weer nieuw leven ingeblazen. Die staan nu weer echt op de kaart. De samenwerking met de hogescholen, de HAN, en in Nijmegen de Radboud Universiteit onder andere rond het slim roosteren om studenten en medewerkers meer gespreid te laten reizen, o.a. rond het slim roosteren om studenten en medewerkers meer gespreid te laten reizen, is een succesfactor – een soort basissucces. Dat kun je niet altijd in spitsmijdingen of co2-reductie laten zien, maar die participatiewerking vind ik ook de winst van de afgelopen jaren.

Veel successen dus. Zijn er nog doelen om te behalen in Arnhem?

We willen in Arnhem een deelfietssysteem ontwikkelen. In 2018 is er een pilot, daar hebben we hoge verwachtingen van. Eerst beginnen we in één gebied, maar als dat goed bevalt willen we dat uitbreiden naar meerdere plekken en uiteindelijk misschien wel de hele stad.

Als je kijkt naar de regio, dan gaan onze doelen ook om technologische innovaties zoals de intelligente verkeersregelinstallaties en slimme data. En we zetten nog meer in op snelfietsroutes. Die willen we niet alleen aanleggen, maar we willen ook zorgen dat er flink op gefietst wordt. Dus we moeten ook proberen mensen uit de dorpen naar die fietsroutes te krijgen, zodat het een robuust systeem wordt.

Wat zijn de uitdagingen voor de komende tijd?

We moeten onze ambities nog vastleggen, dat is wel een grote uitdaging. Daarbij moeten we kijken hoe onze ambities aan kunnen sluiten op doelstellingen van onze partners, maar ook van de eindgebruikers. Hoe zorg je met elkaar dat je de goede dingen doet? Als je alleen hard achter spitsmijdingen aanrent, dan vind je niet iedereen in de meewerkstand. Meer aandacht voor duurzaamheid en vitaliteit van medewerkers zorgt voor betere verbinding.

Een meer inhoudelijke uitdaging is het structureren van samenwerking in de regio. Ooit hadden we een stadsregio, maar die bestaat sinds een paar jaar niet meer. We moeten een sterke samenwerkingsvorm opbouwen. Daarom willen we samenwerken met verkeerskundigen, gedragsdeskundigen en projectmanagers uit de regio. Daarnaast moet alles bestuurlijk opgetuigd worden. Er zijn natuurlijk net verkiezingen geweest, dus er komen veel nieuwe mensen in het bestuur. Qua timing is dat niet zo handig. Maar het betekent ook nieuwe kansen. Ik hoop dat er een energieke regiovertegenwoordiger opstaat, dan kunnen we meters maken.

Gerda Dreise

17 april 2018