Even bellen met... Nick Verveen (Metropoolregio Amsterdam)

Binnen Beter Benutten werken veel mensen aan een betere bereikbaarheid. In deze rubriek vragen we hen wat dat in de praktijk betekent. Wat hebben ze vandaag bereikt? En hoe hebben ze eigenlijk zelf gereisd? Dit keer bellen we Nick Verveen, hij is in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) programmamanager Beter Benutten en Slimme en Duurzame Mobiliteit.

De Beter Benutten projectorganisatie stopt, maar de aanpak gaat door. Hoe staat het nu in de Metropoolregio Amsterdam?
Als we kijken naar de doelstellingen van Beter Benutten, dan lopen we ruim op schema en ik denk dat we de doelen van 10% reistijdverbetering in de spits gewoon gaan halen. We verwachten voor de zomer alles af te ronden. Het is een zeer geslaagd programma geweest!

Hoe kijk je terug op de afgelopen jaren Beter Benutten?
Heel positief. Er is een nauwe samenwerking tussen regio, Rijk en bedrijfsleven tot stand gekomen, die heeft gezorgd voor energie, kennis en kennisdeling om projecten van de grond te krijgen. Er is in sommige gebieden echt een netwerk ontstaan. Die samenwerking met het bedrijfsleven hebben we nodig. Dat is een van de lessen die we geleerd hebben en dat is ook waar we in 2018 mee doorgaan. We gaan zorgen dat de netwerken die we opgebouwd hebben niet verloren gaan.

Hoe gaat de Metropoolregio Amsterdam verder met de aanpak?
Daar moeten bestuurlijk nog wat knopen over doorgehakt worden. We gaan in ieder geval door met het werkgeversinitiatief BREIKERS en het beter bereikbaar maken van de Zuidas en de IJmond. Verder kijken we hoe Rijk en regio meer gebiedsgericht kunnen samenwerken in de MRA en werken we zoveel mogelijk in lijn met de Beter Benutten thema's. We willen een slimmer en duurzamer mobiliteitssysteem neerzetten, waarbij we resultaatgerichte afspraken met elkaar maken over projecten en beleid. Dat is meer dan alleen een impuls geven aan projecten. Het is een transitie, waarbij we net als bij Beter Benutten concrete resultaten boeken. Zo werken we gebiedsgericht aan de aanpak van de toekomst.

Het doel van Beter Benutten was om de reistijd in de spits met 10% te verbeteren. Wat is het doel in de MRA de komende tijd?
Onze doelstellingen zijn wel op Beter Benutten gebaseerd, maar ik denk dat bij thema’s als logistiek en smart mobility ook andere doelstellingen dan spitsmijding belangrijk zijn. Daarom zijn we nu aan het kijken welke criteria we moeten gebruiken. Misschien gaat het bij bepaalde thema’s bijvoorbeeld wel veel meer over betrouwbare reistijden en is die spitsmijding ondergeschikt. Denk bijvoorbeeld aan incidentmanagement. Door ongevallen sneller op te lossen kunnen files worden verkort en kunnen ze ook sneller verdwijnen. Dat is niet per se gericht op spitsmijding, maar juist op een snellere doorstroming.

Zijn in het nieuwe programma ook duurzaamheidsdoelstellingen opgenomen?
We kijken ook naar de CO2-doelstelling. Bij zulke doelen moet je wel een ander type projecten organiseren. Dat kan heel eenvoudig, bijvoorbeeld met een werkgeversaanpak waarbij ook aan bandenspanning wordt gedacht – de juiste bandenspanning bespaart veel CO2. Maar je kunt ook kijken of goederenstromen van de weg naar het water gebracht kunnen worden. We hebben tijdens Beter Benutten samen met Rijkswaterstaat en het duurzame afvalbeheerbedrijf HVC getest of een verschuiving van weg naar water, van vrachtwagen naar schip, een reële optie kan zijn. Bijvoorbeeld voor bouwmaterialen die de stad in gebracht moeten worden voor bouwprojecten. Dat blijkt haalbaar, dus we gebruiken de kennis van Beter Benutten om daar met het bedrijfsleven afspraken over te maken. Daardoor neemt het aantal voertuigen op de weg ook weer af, wat leidt tot een CO2-vermindering. 

Wat zijn de uitdagingen voor de komende tijd?
We hebben, zoals gezegd, in de Metropoolregio Amsterdam afgesproken om de werkwijze van Beter Benutten te verankeren in een gebiedsgerichte aanpak. Daar moeten op bestuurlijk niveau nog wel besluiten over gemaakt worden. Wat we gaan doen is echter geen vervolg op Beter Benutten. Beter Benutten was een succesvol impulsprogramma, waarbij geld beschikbaar was om snel doelstellingen te behalen. We willen nu een volgende stap maken, door de kennis die we hebben opgedaan te gebruiken. Daarbij gaan we ook met een andere bril kijken naar bereikbaarheid. We kunnen niet oneindig blijven subsidiëren, dus we moeten nog nadrukkelijker de samenwerking met anderen opzoeken, om gezamenlijk te kijken aan welke knoppen we het beste kunnen draaien om een duurzame gedragsverandering te bewerkstelligen.

Hoe kijken jullie naar bereikbaarheid als thema op de lange termijn?
Bereikbaarheid zal altijd een thema blijven, zeker in de Metropoolregio Amsterdam. Kijk bijvoorbeeld naar de reizigersgroei op Schiphol en de enorme woningbouwopgave in en rond Amsterdam. Dat legt druk op de metropool Amsterdam. We willen ook in de toekomst een belangrijke economische speler blijven en goed bereikbaar zijn, dus daar moeten we echt iets mee. Niet alleen vandaag en morgen, maar ook op de lange termijn. Dat betekent dat we meer dan voorheen in creatieve oplossingen moeten gaan denken. Het gebiedsgerichte programma Slimme en Duurzame mobiliteit biedt daar handvatten voor.

Nick Verveen

21 februari 2018