Resultaten Beter Benutten Vervolg: 80.000 minder voertuigen in de spits

Resultaten Beter Benutten Vervolg: 80.000 minder voertuigen in de spits

Werkwijze gaat door: ‘van aparte vluchtstrook naar volwassen rijstrook’

Minder auto’s in de spits en slimme innovaties die de doorstroming bevorderen: het  vervolgprogramma Beter Benutten heeft de afgelopen drie jaar de bereikbaarheid op veel terreinen verbeterd. Meest in het oog springend is wellicht het meetbare eindresultaat: de reistijd in de drukste gebieden is met 13% verbeterd ten opzichte van een situatie zonder het programma. Hiermee is de vooraf gestelde doelstelling van 10% ruimschoots gehaald. Het eindresultaat is getoetst door een onafhankelijk bureau.

Concrete resultaten

Concreet betekent dit dat er ten opzichte van de start van het programma in 2015 dagelijks gemiddeld 80.000 voertuigen minder in de spits rijden. Ook is er jaarlijks ruim 61.000 ton CO₂ bespaard. Dit is bereikt met in totaal 461 maatregelen in de twaalf Beter Benutten-regio’s, en landelijke inzet op smart mobility.

Van 2018 naar 2030

‘Mooie resultaten!’, schrijft minister van Infrastructuur en Waterstaat Cora van Nieuwenhuizen, in het voorwoord van de eindrapportage van Beter Benutten Vervolg. ‘Goede bereikbaarheid is essentieel voor ons land. Zeker in deze tijd, waarin de mobiliteit door de aantrekkende economie  stevig groeit, zowel op de weg als in het openbaar vervoer. Hierdoor neemt op de weg de filedruk toe. Investeren in de infrastructuur blijft dan ook nodig. En dat doen we ook: tot 2030 komt er nog zo’n 1000 kilometer aan rijstroken bij.’

Beter Benutten in de reguliere werkwijze

Maar is er meer nodig, aldus de minister. ‘We hebben publiek-private samenwerking nodig om nog meer te halen uit de mogelijkheden van smart mobility. Daarom gaan we door met de Beter Benutten-werkwijze. Niet langer in de vorm van een apart programma maar we passen het toe in onze reguliere werkwijze. Oftewel: van aparte vluchtstrook naar volwassen rijstrook.’ De werkwijze gaat door, in de diverse regionale Bereikbaarheidsprogramma’s, het MIRT, en met maatregelen in het Mobiliteitsfonds.

 

Praktische aanpak van mobiliteitsproblemen

‘We’ kunnen het niet alleen, was het uitgangspunt van het programma Beter Benutten. Voor het oplossen van mobiliteitsproblemen heeft de overheid het bedrijfsleven hard nodig. Daarom hebben Rijk, regio en bedrijfsleven in elke regio samen de knelpunten in kaart gebracht en maatregelen uitgevoerd. Daarbij lag de nadruk op twee sporen: naast kleinschalige infrastructurele verbeteringen die snel realiseerbaar zijn, ging het ook om maatregelen die sturen op bewuster en flexibeler reisgedrag.

Deze maatregelen stimuleren mensen om vaker op een ander tijdstip te reizen, op een andere manier te reizen (denk aan fiets of OV), of de reis niet te maken. Daarnaast is ingezet op minder vracht- en bestelwagens in de spits. Ook het toepassen van smart mobility was onderdeel van de Beter Benutten-aanpak. Het programma Talking Traffic heeft een verregaande samenwerking tussen overheden en bedrijfsleven gevestigd, waarin op landelijke schaal rijtaakondersteunende diensten worden ontwikkeld en uitgeleverd, waaronder een nieuwe generatie verkeerslichten die communiceren met weggebruikers.

Speciale aandacht ging uit naar het stimuleren van innovaties en ontwikkeling van oplossingen met structurele doorwerking en/of opschaalbaarheid. Beter Benutten stimuleerde hiermee een andere manier van denken over mobiliteit:

  • Aansluiten op de behoefte en het gedrag van reizigers, werkgevers en vervoerders;
  • Gericht op het creëren van draagvlak;
  • In een gezamenlijk proces tot nieuwe (innovatieve) en structurele oplossingen komen.

 

Blijvende resultaten

Het programma Beter Benutten heeft naast de directe resultaten ook een structurele nalatenschap. Dat komt deels door forenzen die structureel op een andere, flexibele manier zijn gaan reizen. Met name forenzen die de overstap van auto naar fiets maakten, kiezen ook na afloop van Beter Benutten-projecten vaker voor de fiets. Maar de erfenis van Beter Benutten is breder, en betekent een stap richting een concrete, andere aanpak van mobiliteitsproblemen. De komende jaren plukken we hier de vruchten van:

  1. Blijvende resultaten op het gebied van publiek-publiek en publiek-private samenwerking
  2. De reiziger en vervoerder centraal
  3. Meten is weten
  4. Kansen om de Beter Benutten werkwijze voort te zetten

Meer over deze blijvende resultaten lees je in de Eindrappportage ‘Programma Beter Benutten Vervolg’ (PDF, november 2018). Ook vind je daarin meer uitleg over de aanpak per thema en per regio, met voorbeeldprojecten, resultaten en cijfers.

Eerste fase van Beter Benutten

In het programma Beter Benutten werkten vanaf 2011 Rijk, regio en bedrijfsleven samen om de bereikbaarheid in de drukste regio’s over weg, water en spoor te verbeteren. Het doel is het zo efficiënt mogelijk gebruiken van de bestaande infrastructuur en het aanpassen van de bestaande infrastructuur. Nadruk hierbij lag onder meer op samenwerking met werkgevers en vervoerders, en het inzetten op fiets, OV en smart mobility. De eerste fase van Beter Benutten (2011-2014) zorgde al voor een vermindering van dagelijks gemiddeld 48.000 voertuigen op de weg in de spits.

 

23 november 2018