Trends in reisgedrag in kaart gebracht

Steeds meer mensen hebben de mogelijkheid om locatie en/of tijdsonafhankelijk te werken en maken hier ook daadwerkelijk gebruik van. Zo is het aantal mensen dat thuis kan werken gestegen van 26% in 2012 tot 38% in 2016. Ook het percentage mensen dat regelmatig thuis werkt stijgt: van 12% in 2013 tot 18% in de laatste meting. Daarnaast nemen steeds meer mensen regelmatig de fiets (30%) of het OV (17%) van en naar het werk. Dit blijkt uit de Gedragsmeting 2016, een landelijk mobiliteitsonderzoek dat sinds 2012 jaarlijks wordt uitgevoerd door I&O Research in opdracht van het programma Beter Benutten. De vragenlijst voor dit onderzoek is in september 2016 ingevuld door ruim 15.000 respondenten. Onderstaand zijn de belangrijkste conclusies uit het onderzoek weergegeven:

Flexibel en thuiswerken
De Gedragsmeting 2016 signaleert een duidelijke trend in thuis- en flexibel werken. Zowel het thuis of op een andere dan de vaste werklocatie werken als het op een ander tijdstip (dan de vaste werkuren) werken is voor steeds meer werknemers een optie. In 2016 heeft bijvoorbeeld 38% van de werknemers de mogelijkheid om thuis te werken; in 2012 was dit nog 26%. 18% van de werkenden geeft aan minimaal één dag per week thuis te werken; dit was in 2013 nog 12%. Tegelijk liggen er nog kansen om met gerichte stimulering het aandeel thuis- en flexibel werken te verhogen, aangezien minder dan de helft van de 38% die de mogelijkheid heeft om thuis te werken dit ook regelmatig doet.

Fiets
Van alle respondenten woont 52% binnen 15 km van het werkadres. Van deze groep gebruikt 53% minimaal eenmaal per week de fiets voor hun woon-werkverkeer. 47% van de werkenden in deze groep neemt (bijna) nooit de fiets van en naar het werk. De korte reistijd en gezondheidsvoordelen van fietsen zijn de meest genoemde motivaties om wel de fiets te nemen (door ongeveer 70% van de fietsers). Nog nadrukkelijker inspelen op deze aspecten kan helpen bij het uitvoeren van effectieve fietsstimulering.

Openbaar vervoer
Twee vijfde van de werkenden in Nederland woont én werkt binnen 15 minuten reizen van een treinstation. Toch gebruikt een relatief klein deel minimaal één dag per week de trein voor woon-werk verkeer (9%). Daarnaast is de trein ook het meest genoemde alternatief voor zakelijke en privé reizen.

Meningen spitsmijdenprojecten positief
Het beeld over spitsmijdenprojecten onder respondenten is overwegend positief: 53% vindt het (zeer) acceptabel om een uitnodiging voor deelname aan een spitsmijdenproject te ontvangen (12% vindt dit niet acceptabel), terwijl 62% het principe van belonen van automobilisten om bij te dragen aan een betere doorstroming (zeer) acceptabel vindt (10% vindt dit niet acceptabel). Daarnaast blijkt uit de respons van oud-deelnemers dat deelname blijvende effecten heeft gehad op hun reisgedrag: 30% geeft aan nog steeds meer moeite te doen om de spits te mijden dan voor deelname; 43% van oud-deelnemers geeft aan dat zij door deelname bewuster over autogebruik zijn gaan nadenken. Ook geeft 61% van de respondenten aan in principe buiten de spits te willen reizen voor woon-werkverkeer; dit is 81% voor privéverkeer.

Onderzoeksopzet
De Gedragsmeting is uitgevoerd door middel van een online onderzoek. De vragenlijst is in september 2016 ingevuld door ruim 15.000 respondenten, waarvan het grootste deel woont en/of werkt in één van de 12 Beter Benutten regio’s. Voor een substantieel deel betrof het dezelfde deelnemers als aan de onderzoeken uit 2012-2015.