Trends in reisgedrag in kaart gebracht

Tussen 2012 en 2017 is er jaarlijks een landelijke gedragsmeting uitgevoerd om het reisgedrag in Nederland in kaart te brengen. In 2017 hebben ruim 18.000 personen aan deze meting meegedaan. Circa 14.000 hiervan woonden in één van de Beter Benutten-regio's en circa 7.600 werkten daar (ook). Dit was vergelijkbaar met eerdere jaren. In het onderzoek, dat is uitgevoerd door I&O Research, werd onder andere ingegaan op de keuze voor een vervoermiddel, het tijdstip van reizen, flexibel werken en parkeren.

Conclusies

De auto bleef voor woon-werkverkeer het meest gebruikte vervoermiddel. Het aantal werkenden dat 5 dagen per week met de auto reisde nam wel echter licht af. Daarnaast reisde 40 procent van de werkenden (mede) buiten de spits. Van de werkenden die met de auto in de spits reisden gaf 65 procent aan buiten de spits te willen reizen. Dit bood potentie voor een verdere afname van reizen in de spits.

De gedragsmeting bood meerdere aanknopingspunten voor beleid gericht op het terugdringen van de dagelijkse files, onder andere door:

  • het stimuleren van flexibel werken naar tijd en plaats;
  • het stimuleren van fiets en e-bike;
  • het inzetten van gericht parkeerbeleid bij bedrijven.

Flexibele werktijden en -locaties

De mogelijkheden die de werkgever bood om op flexibele tijden, thuis of op een andere locatie te werken, namen tussen 2012 en 2017 consequent toe.

Fietsgebruik op korte afstanden

Het aandeel werkenden dat minimaal één keer per week de fiets pakt is stabiel gebleven in de periode 2012-2017, maar varieerde per regio van 43 tot 64 procent (2017). Het gebruik van de e-bike is tussen 2012 en 2017 licht gestegen.